Studio Labas logo

Het begin als mythe

 

Verhalen over het ontstaan van hemel en aarde en van al het leven daarop en omheen, zijn al zo oud als de mensheid zelf en ook zo verspreid. We komen verhalen tegen uit alle windstreken. De verhalen hebben met elkaar gemeen dat er goden in voorkomen. Goden zijn voor zover ik het begrepen heb wezens of krachten die leven mogelijk hebben gemaakt. Ze staan dus aan het begin van alles. Het begrip god is tegelijkertijd een grens, ook dat geven de mythen duidelijk aan. Je kunt niet vragen wie de goden gemaakt heeft en ook niet waar het materiaal vandaan komt dat er gebruikt is. Het is een magische grens, voorbij god begint het mysterie. Het eerste hoofdstuk van het bestaan is niets over te zeggen en daarom niet beschreven. Het is nog leeg en sommige mythen beginnen dan ook met te beschrijven dat er eerst niets was, leegte.

 

De nooit te beantwoordde vraag hoe uit dat niets, iets is ontstaan, blijft daardoor boven de mythen hangen en geven ze hun eigen unieke sfeer. Mythen lezen is je onderdompelen in een mysterie door je over geven aan de verwondering dat er iets is. Spreken over goden is in verwondering spreken over het leven want het bestaan daarvan is godenwerk. Dat is anders dan mensenwerk. De mythen spreken dan ook over scheppen inplaats van maken. Scheppen is een manier van maken die alleen voor de goden is weggelegd. Mythen vertellen ons daarmee dat niets toevallig is ontstaan. Daar is het leven te mooi voor, te ingenieus, te….

 

Voor ons, levend in een tijd waarin feiten belangrijk gevonden worden,  zijn de mythen waarschijnlijk moeilijk om te lezen. Mythen zijn geen verslagen van ware gebeurtenissen, terwijl het op het eerste gezicht wel zo lijkt. Ze proberen inzicht te geven in de waarde en de betekenis van het leven en dat, laten we dat vooral niet vergeten, in een tijd dat de dood zo actief op de loer lag dat de gemiddelde leeftijd nauwelijks de tien jaar oversteeg.

 

II

De in het westen meest bekende mythen zijn die uit Griekenland en uit Juda. Het opvallendste verschil is dat er in de Griekse mythen veel goden voorkomen die allemaal hun eigen naam en taak hebben. In de mythen uit Juda wordt steeds gesproken over één god. Dat is opvallend want in de Mesopotamische cultuur, waar Juda waarschijnlijk het meest door beïnvloed is, wemelt het ook van de vele goden. Wat heeft de vertellers doen besluiten om het maar over één van die goden te hebben, hem geen naam te geven en aan te blijven duiden met de meervoudsvorm ‘goden’. In het Hebreeuws, de taal waarin de mythen geschreven zijn staat er dan ook geen El, maar de meervoudsvorm Elohiem, voorzien van een persoonsvorm in het enkelvoud. Als we strikt vertalen luidt de eerste zin van deze mythe in het boek Genesis: ‘In het begin schiep goden de hemelen en de aarde’.

 

Omdat goden met God is vertaald en dan ook nog eens met een hoofletter geschreven, valt dit probleem weg. De vraag waarom de schrijvers van de Judese mythen dat gedaan hadden valt daar ook mee weg. Dat heeft ertoe geleid de verschillende godsdiensten onderverdeeld zijn in Polytheïstische- en Monotheïstische godsdiensten. Alsof die scheidslijn zo gemakkelijk te trekken is. Ik vrees dat daarmee zowel de Griekse als de Judese vertellers tekort wordt gedaan, al is het maar doordat de aanhangers of gelovigen de mythen daardoor zeer bevooroordeeld zijn gaan lezen. De Judese mythen mochten geen mythen meer heten want ze waren ‘woord van God’ en daarmee waar. De Griekse mythen konden vervolgens niet waar zijn en werden als heidense verzinsels weggezet. Dit vooroordeel heeft ons doen vergeten dat ze in de oudheid naast elkaar hebben bestaan, waarschijnlijk zonder dat daar iemand vreemd van opkeek.

 

Mythen, zo kunnen we wel stellen, waren pogingen om enigszins vat te krijgen op de werkelijkheid. De goden, ondanks dat er heel menselijk over hen gesproken werd,  waren niet zo benaderbaar dat er met enige zekerheid iets over hen te zeggen viel. Daarom zijn er zoveel verschillende mythen. Het zijn beelden van hoe ze in de hoofden van mensen gestalte hebben gekregen en daarmee zeggen ze meer over de tijd en de cultuur waarin ze zijn ontstaan dan over de Goden zelf. De tijden veranderde en daarmee ook de mythen. Ze zijn allemaal in vele variaties gevonden, en ook van de Judese mythen is met grote zekerheid aan te nemen dat ze op diverse oude varianten zijn gebaseerd. De godenbeelden veranderden en dat was niet zo vreemd. Iedere tijd dwingt de mens zijn eigen beelden te vormen afhankelijk van hoe hij zijn eigen leven en de onmacht daarover ervaart. Wij mogen dan niet meer de neiging hebben om het over god of goden te hebben bij onze invulling van de vraag hoe te leven, maar de vraag is of dat wezenlijk iets verandert aan het probleem. Zou het niet zo kunnen zijn dat het weglaten van de goden het probleem juist versluiert? Ook wij kunnen niet kijken voorbij het niets en de verbazing dat er uit niets iets is ontstaan valt met ons mensenverstand ook nu nog niet weg te nemen.

 

III

Keren we terug naar de Judese mythen zoals wij die nu kennen, dan zien we daaruit duidelijk één godsbeeld naar voren komen. In het eerste verhaal, een lied, laat de schrijver zien hoe die God naar de wereld kijkt en op welke wijze hij erbij betrokken is. Dat lied is daardoor tegelijk een visioen en een mythe. Het vertelt ons hoe we de toekomst mogen zien aan de hand van het verleden, speciaal het begin daarvan. Het lied is bijzonder positief. De toekomst wordt voorgesteld als iets moois waar we naar uit mogen kijken.

 

Er wordt wel beweerd dat het lied achteraf toegevoegd is aan het geheel van de mythen. Met die gedachte heb ik helemaal geen moeite als we ons maar wel blijven realiseren dat de redacteur, degene die de verhalen samen gevoegd heeft, het niet nodig heeft gevonden om uit te leggen waarom hij daarna met een heel ander verhaal komt. Blijkbaar stoorde niemand zich er in die tijd aan dat de feiten niet met elkaar overeen kwamen. Het ging hen om de bedoeling en de betekenis voor het leven.

 

Gezien de vele goden in de mythen dringt de vraag zich op waarom deze verteller uit Juda het maar over één God heeft? Om daar een antwoord op te zoeken is het goed om de geschiedenis van Juda even kort op een rijtje te zetten. Het was een klein land dat in zijn bestaan altijd bedreigd is geweest door de omringende volken. Zelfs met hun eigen broedervolk Israël leefden ze vaak in onvrede. Al die volken hadden hun eigen goden en net als de volken streden ook al die goden met elkaar. Het leek erop dat het de goden alleen maar ging om macht en dat ze, om die macht te verkrijgen, zich niets van de mensen op aarde aantrokken, zeker niet als ze tot een ander volk, dat wil zeggen: tot een andere god, behoorden. Hun lijden, hun kwellingen ja zelfs hun dood leek hen koud te laten. Hoe kon dat, waarom waren de Goden niet meer begaan met de mensen? Ze waren toch hun schepping?

 

Elke mythe probeerde op zijn eigen wijze een antwoord te geven op die vraag. Als er geen toeval bestaat dan moet alles wat mensen treft, ook al het kwaad wel iets met de Goden te maken hebben. De mythen van Juda zijn daar heel duidelijk in. God heeft zijn hand in alles. Er is geen sprake van een lot waar zelfs de goden niets aan kunnen veranderen. Hun God, is aanspreekbaar op wat er gebeurd in de wereld omdat hij ervoor verantwoordelijk is. Hij heeft zich daarmee verbonden omdat het zijn schepping is. Vooral als het om de mensheid gaat wordt dit heel duidelijk beschreven. Hij houdt van hen. Vanuit die liefde wordt God dan ook voorgesteld als een vader die na zijn scheppingsdaad bezorgd is om zijn kinderen, of als een liefdespartner die zich voor altijd verbonden weet met zijn geliefde. Vanuit die liefde valt ook te begrijpen waarom de vertellers het over één God hebben. Het wil niet zeggen dat er maar één God is. Nee, er is maar één god die er toe doet. Iedereen die ooit verliefd is geweest herkent dat. Het geeft een speciale, een unieke band die opeens voor de geliefden van levensbelang is geworden. Daarom is het niet erg dat die liefde je horizon verkleint en je bewegingsvrijheid beperkt, je ziet het niet eens. De geliefde is al alles voor je. Gezien vanuit die ene God vallen alle andere Goden in het niet. Ze worden in de Judese mythen dan ook afgoden genoemd, hoe groot hun namen ook mogen zijn en hoeveel macht hen ook toegeschreven werd.

 

Deze ene God heeft geen naam, zo hebben we al geconstateerd. In het tweede verhaal, het verhaal na het visioen, noemt de verteller hem JHWH-Elohiem. JHWH zou afgeleid zijn van het werkwoord zijn. Door dat woord te gebruiken zegt de verteller dat dit de god is die eeuwig is. Het is de god die is, die was en zal zijn. De andere goden kunnen verdwijnen met hun macht, maar deze god blijft omdat zijn liefde blijft. En die liefde, dat laten de Judese mythen ook duidelijk zien, is onvoorwaardelijk. Zelfs ontrouw, te zien als ongeloof, wordt uiteindelijk met de mantel der liefde bedekt. Niet als iets vanzelfsprekends. God is de wanhoop nabij geweest toen hij zag hoe fout het met de mensheid kon gaan. Hij heeft spijt gehad en heeft zelfs op het punt gestaan om de mensheid te vernietigen. Ook dat verhaal heeft de redacteur niet weg willen laten. Met en door Noach is de mensheid door die ene god weer uit het water gehaald en mocht het zijn leven opnieuw beginnen, schoon gewassen en rein.

 

Vragen over het bestaan van God of Goden komen we in de mythen niet tegen. Daar ging het de vertellers blijkbaar niet om. Zij zochten naar een antwoord op de vraag hoe de mens heeft te leven in een wereld die daar geen duidelijke richtingwijzers voor heeft gegeven. We zullen allemaal onze eigen weg moeten zoeken en hier en daar zelf moeten maken. Voor mij hebben deze verhalen een positieve rol gespeeld in die zoektocht. Dit gebeurde vooral nadat het werkelijk tot me doorgedrongen was dat deze verhalen geen geschiedenisverhalen zijn, geen verslag van wat er werkelijk gebeurd is, maar verhalen die een richting hebben willen wijzen in de weg die ieder mens persoonlijk te gaan heeft. Ik ben verliefd geraakt op deze verhalen en ben daardoor waarschijnlijk zeer bevooroordeeld als ik zeg dat deze verhalen er ook in onze tijd nog steeds toe doen. Ze doen ons stilstaan bij het leven in zijn geheel en minder bij de feiten van de dag, hoe afschuwelijk die soms ook zijn. We leven in een onvolmaakte wereld vol van kwaad. Was dat de bedoeling van de schepper, heeft hij dat op geen enkele wijze tegen kunnen houden? Die vragen zal het in deze mythen over gaan.




Front-End Studio - beautiful responsive- websites and applications